Logo Spijkenisse Medisch Centrum.
 
Klik op deze knop om alle folders te doorzoeken.Zoek folders
Klik op deze knop om dit document te printen.Print pagina
Klik op deze knop om dit document als PDF te downloaden.Download PDF
Klik op deze knop om de tekstgrootte te vergroten.Grotere tekst
Klik op deze knop om de tekstgrootte te verkleinen.Kleinere tekst

PiMS folder informatie logo

Klinische geriatrie

Karakterveranderingen na hersenletsel

Karakterveranderingen na hersenletsel

De knop om deze folder als favoriet te markerenFavorietDe knop om deze folder per email door te sturen.Stuur door

In deze folder geeft Spijkenisse Medisch Centrum u algemene informatie over karakterveranderingen na hersenletsel. Wij adviseren u deze informatie goed te lezen. Aanvullingen op deze informatie worden door uw behandelend arts aan u verteld.


In de hersenen bevindt zich het karakter en de persoonlijkheid. Het bepaalt wie we zijn en hoe we ons gedragen. Bij verandering in de hersenen, kan het karakter en de persoonlijkheid van iemand verstoord worden. Dit kan een hoop gevolgen met zich mee brengen, zoals het beïnvloeden van alle sociale relaties.

We leggen uit hoe het komt dat een karakter verandert, beschrijven de meest voorkomende karakterveranderingen en geven tips hiermee om te gaan.

1. Gevolgen van een hersenaandoening

De hersenen zorgen ervoor dat we kunnen denken, waarnemen, voelen en handelen. Dit gaat allemaal vanzelf zolang we gezond zijn, maar als hersengebieden niet meer goed werken, heeft dat onmiddellijk gevolgen voor het dagelijks functioneren. Welke gevolgen dat zijn, hangt af van de ernst en het beschadigde gebied in de hersenen. Elk onderdeel van de hersenen heeft zijn eigen specialisatie. Alle onderdelen van de hersenen zijn met elkaar verbonden via zenuwnetwerken. Daarom leidt hersenschade vaak tot uitgebreide stoornissen, die een combinatie vormen van lichamelijke, emotionele en cognitieve stoornissen.

Cognitie

Cognitie is het vermogen waarmee mensen dingen leren kennen: waarnemen, concentratie, geheugen, redeneren, taal, enz. Hersenaandoeningen hebben vaak een negatief effect op cognitie. Meestal is de snelheid waarmee iemand informatie verwerkt vertraagd, omdat het netwerk onderbroken is. Bij een vertraagde informatieverwerkingssnelheid kan de informatie die op iemand afkomt sneller teveel worden en ervoor zorgen dat er concentratieproblemen ontstaan. Gevolg is dat zij moeilijker dingen kunnen onthouden. Het overzicht verdwijnt, gesprekken zijn niet altijd meer te volgen en op straat en winkels is het veel te druk. Dat maakt de mensen prikkelbaar, maakt dat ze niet meer tegen tijdsdruk kunnen en sneller vermoeid raken. De vertraagde informatiesnelheid veroorzaakt een hoop files in de hersenen, waardoor naar behoren reageren moeilijker wordt of trager zal gaan. Ook plannen en organiseren kan dan een moeilijke opgave zijn. Er kunnen ook geheugenproblemen op zich ontstaan na hersenaandoeningen. Evenals een apraxie (moeite hebben met het uitvoeren van bepaalde handelingen), afasie (moeite met het vinden van de juiste woorden) of hemianopsie (uitvallen van een deel van het gezichtsveld).

Emoties en gedrag

Een hersenletsel verstoort het evenwicht in de hersenen, waardoor sommige functies niet meer goed werken, terwijl andere functies juist meer op de voorgrond treden. Zo gaan soms goede eigenschappen verloren en worden vervelende karaktereigenschappen versterkt.
Als het controle systeem is aangetast, kan het zijn dat men minder goed in staat is om zich te beheersen en impulsief te reageren en zich ongepast gedragen. Zij reageren met heftige emoties of vervallen juist in apathie, tonen geen enkel initiatief en voeren geen plannen meer uit. Dit zijn allemaal rechtstreekse gevolgen van de hersenaandoening zelf, de persoon in kwestie heeft er weinig controle over.

2. Waarom het karakter verandert

Schade in de hersenen

Welke veranderingen er optreden in emoties en gedrag, is afhankelijk van de plek in de hersenen die is beschadigd en van de ernst ervan.

1. Schade in de rechterhersenhelft

Hierbij kunnen personen emotioneel ontremd zijn, agressief reageren of overdreven blij zijn. Zij hebben geen zicht op hun eigen problemen en beseffen de ernst van de situatie niet. In gezelschap vertonen zij onaangepast gedrag. Zij kunnen snel en impulsief handelen. Zij kunnen reacties van anderen niet goed inschatten en vatten alles letterlijk op, waardoor humor hen ontgaat. Ook zien we vaak dat mensen egocentrisch worden; zij kunnen zich niet meer verplaatsen in andermans schoenen en zijn enkel bezig met wat voor henzelf belangrijk is. Als men niet weet dat men een hersenaandoening heeft, denkt men dat dit een lastig, eigenwijs en onbuigzaam persoon is.

2. Schade in de linkerhersenhelft

Hierbij kunnen personen angstig zijn en vertonen voorzichtig en passief gedrag. Het geheugen is aangetast en er kan een taal probleem zijn. Meestal is men bewust van hun problemen en beperkingen, maar praten er zelf niet over. Als men niet weet dat men een hersenaandoening heeft, denkt men dat dit een lui persoon is, die niet zijn best doet.

Psychologische reacties

Wie een hersenaandoening krijgt, wordt meestal geconfronteerd met een slechtere gezondheid, verlies van zelfstandigheid en verlies van allerlei vaardigheden. De toekomst is ineens onzeker: wat vertrouwd is, is ineens vreemd geworden. Dit alles kan veel emoties met zich meebrengen, zoals: boosheid, angst, machteloosheid, frustratie, woede, onzekerheid.
Dit zijn normale gezonde reacties op een abnormale gebeurtenis en horen bij het verwerkingsproces. Het helpt om de nieuwe levenssituatie te kunnen aanvaarden. De tijd die ervoor nodig is, is individueel bepaald. Er zijn cognitieve en emotionele vaardigheden voor nodig, zoals informatie opnemen en ordenen en deze ook onthouden; ook gevoelen uiten en ervaren is nodig. Dit kan bij mensen met een hersenaandoening aangetast zijn, waardoor de verwerking moeizamer verloopt.

Directe en indirecte gevolgen

Het is moeilijk om een onderscheid te maken tussen karakterveranderingen die voortkomen uit hersenbeschadiging en de karakterverandering die we kunnen bekijken als psychologische, voorbijgaande reacties.
Zo kan iemand huilbuien hebben, wat een logisch uiting van verdriet is, maar er kan ook een onderdeel in de hersenen zijn aangetast van de gevoelsexpressie. Daardoor kan het met gevoelens van woede, frustratie en ziekte-ontkenning moeilijk zijn, om in te schatten of het een direct of indirect gevolg is van de hersenbeschadiging. Er kan zelfs sprake zijn van een combinatie van beide factoren.

3. Omgaan met een ander mens

Het is gebleken dat het netwerk van mensen met een hersenaandoening, de karakterverandering het moeilijkst vinden om hiermee om te gaan. Hoe wen je eraan wanneer bijvoorbeeld je partner je voortdurend uitscheldt, agressief wordt of egocentrisch.

Prikkelbaarheid

Een verhoogd prikkelbaarheid is een veel voorkomend probleem bij mensen met een hersenaandoening. Door de beperkingen in het brein of de snellere overprikkeling kunnen ze veel minder verdragen of tegelijkertijd verwerken. Als gevolg daarvan kan iemand kortaf of geïrriteerd reageren. Personen met een hersenaandoening hebben het snel veel te druk in hun hoofd.

Tips:
  • Verminder het aantal prikkels, probeer de omgeving zo rustig mogelijk te houden: geen tv en radio tegelijkertijd aanzetten, niet teveel personen in een kleine ruimte, enzovoort;
  • Spoor de persoon aan om te rusten na een druk moment. Dit kan helpen om alles terug op een rij te zetten;
  • Breng zoveel mogelijk structuur aan in de dag, inclusief rustpauzes. Zo is iemand goed voorbereid op wat er komt en zal rustiger zijn;
  • Vergeet niet dat iemand sneller moe is en activiteiten niet meer vanzelfsprekend zijn. Alles vraagt energie;
  • Houd rekening met kwetsbare momenten; ga geen belangrijke of gevoelige dingen bespreken op of na een druk moment.

Beperkt ziekte-inzicht

Vaak komt het voor dat personen niet helemaal beseffen wat er aan de hand is. Dat is normaal; er gebeurt zoveel tegelijk dat zij niet in één keer alles kunnen bevatten. Bovendien is het gevolg van een aangetast brein dat het moeilijker wordt om het overzicht van het eigen functioneren te overzien. Er is veel tijd nodig om geleidelijk aan (mede door confrontatie met dingen die meer goed gaan), te beseffen welke gevolgen het met zich mee brengt. Helaas kan dit inzicht ook wegblijven en kan men zichzelf overschatten in zijn eigen capaciteiten en mogelijkheden. Indien hen dan toch dingen worden ontzegd, kan er ergernis ontstaan omdat men niet snapt waarom. Indien personen dit toch doen en het mislukt, krijgen externe zaken of anderen de schuld. Dit kan heel vervelend zijn voor de naasten.

Tips:
  • Soms helpt het om mensen te confronteren met hun beperkingen en te laten zien hoe zij functioneren en welke risico’s zij nemen;
  • Als je personen niet kunt overtuigen dat zij iets niet kunnen, zal je hen fouten moeten laten maken (uiteraard tot een bepaalde grens; het mag niet gevaarlijk worden). Het is moeilijk, maar beter om dan los te laten en hen te leren met vallen en opstaan. Helaas werkt dit niet altijd;
  • Zoek voor jezelf als partner of mantelzorger een manier om hiermee om te gaan. Zij kunnen er niets aan doen, maar jij ook niet altijd.

Sociaal ongepast gedrag

Als iemand zich niet meer weet te gedragen (bijvoorbeeld: onderbreekt steeds anderen, praat hard tijdens een klassiek concert, vertelt persoonlijke dingen zelfs tegen vreemden), is dat vooral voor de naasten een pijnlijke karakterverandering met grote gevolgen voor alle sociale contacten. Het beoordelingsvermogen is dan aangetast, waardoor iemand de beweegredenen en gevoelens van de ander niet meer kan inschatten. In een sociale situatie slaat dan iemand regelmatig de plank mis. Ze merken wel dat iemand zich afwendt, maar begrijpen de link met hun eigen gedrag niet.

Tips:
  • Benoem vriendelijk maar duidelijk welk gedrag op dat moment wel gewenst is. Men weet dit zelf niet;
  • Indien hetzelfde ongepast gedrag optreedt, zoals constant mensen aanspreken en niet aan voelen wanneer ze dit gesprek het beste kunnen afronden, kun je een signaal afspreken (bijvoorbeeld: het rechter oor aanraken betekent dat je moet zwijgen). Dan is het voor de persoon duidelijk wat je bedoelt, zonder dat de andere persoon hier iets van merkt;
  • Probeer goed gedrag te belonen.

Depressie

Bij hersenletsel maken mensen een groot verlies mee; er zijn een aantal vaardigheden die ze kwijt zijn. Dit verlies wordt alleen maar versterkt omdat ze er dagelijks mee geconfronteerd worden.
Er kan ook een vorm van depressie ontstaan door directe verandering in de hersenstructuren. Structuren die rechtstreeks met de stemming te maken hebben, kunnen aangetast of veranderd zijn. Stemming wordt immer op neurologisch niveau gestuurd.
Bij een depressie zijn er meerdere van de volgende kenmerken: een vrijwel permanente sombere stemming, nergens interesse of plezier in hebben, moeheid en gebrek aan energie, gevoelens van minderwaardigheid, regelmatig denken aan de dood.

Tips:
  • Blijf zoveel mogelijk bezig: bewegen, contacten volhouden met anderen, buiten komen, activiteiten ondernemen;
  • Waak voor een vast dag- en nachtritme. Ga ook op een vast tijdstip naar bed en sta niet te laat op;
  • Raadpleeg een arts als je voelt dat situatie ernstig is. Antidepressiva kunnen ondersteuning bieden;
  • Durf erover te praten.

Apathie

Bij apathie ondernemen personen weinig uit zichzelf, laten beslissingen aan anderen over, zitten met een uitdrukkingsloos gezicht in zichzelf gekeerd, maken moeilijk contact en zijn nergens in geïnteresseerd.
Bij hersenschade kan de wil gestoord zijn. Hierdoor komen personen niet meer zelf op het idee wat ze kunnen doen. Zo is het mogelijk dat je elke stop bij het aankleden verbaal moet begeleiden.
Ook kunnen de expressieve vaardigheden zijn aangetast in de hersenen, waardoor iemand zich niet meer goed kan uitdrukken in gedrag. De persoon lijkt emotioneel vlak. Ook apathie kan een symptoom van depressiviteit zijn!

Tips:
Bedenk dat de persoon niet onwelwillend of lui is. Het komt vanuit een stoornis of onvermogen. Dit weten helpt soms om er als naaste beter mee om te gaan.
Wees zelf de initiatiefnemer, wanneer de persoon dit niet meer kan. Begeleid hen in de stappen.
Zoek activiteiten die bij de problemen passen: een passieve hobby die te maken heeft met kijken, luisteren, verzamelen kan nu gepaster zijn. Je kunt lezen stimuleren, of een verzameling opzetten. Als een persoon vlak is, kan je situaties opzoeken die vrijwel altijd emoties oproepen: bv de aanwezigheid van baby’s, dieren, (klein)kinderen.

Ontremming

Als de controlemechanismen in het brein beschadigd zijn, is de rem op emoties en het gedrag wat meer stroef. Dit betekent dat de personen zichzelf en hun impulsen moeilijker in de hand kunnen houden. Wat in hen opkomt, wordt geuit. Ontremming kan zich uiten op verschillende vlakken.
Andere vormen van ontremming kunnen betekenen dat ze geen controle hebben over wat ze eten/drinken, kwistig omgaan met geld of opdringerig gedrag en seksuele ontremming.

Voor de omgeving is ontremd gedrag een groot probleem en kan sociale relaties beschadigen. Familie en vrienden zouden de persoon mogelijk kunnen gaan vermijden. Voor naasten kan het extra moeilijk zijn, wanneer het gedrag anders is wanneer er bezoek is, dan wanneer er geen bezoek is. Sommige personen zijn dan vriendelijk en beleefd, terwijl ze zich anders eerder tiranniek en onredelijk gedragen. Men gaat dan denken dat ze het wel kunnen als ze willen.

Tips:
  • Structuur is erg belangrijk om impulsief gedrag te voorkomen. Een duidelijk dagindeling en voorspelbare activiteiten zijn zinvol;
  • Beperk de prikkels waartegen gereageerd “moet” worden, door te zorgen voor een overzichtelijke, rustige omgeving;
  • Reageer op het ontremd gedrag door rustig te blijven en stapsgewijs uit te leggen wat iemand doet en wat daarvan de consequenties zijn. Ga deze gesprekken alleen aan op een rustig moment, waar geen andere mensen bij zijn. Het is belangrijk de persoon niet te “berispen” waar anderen dit kunnen zien;
  • Soms kun je proberen afspraken te maken over het ontremd gedrag, bv door af te spreken hoeveel snoep, sigaretten of geld iemand mag hebben. Wees daarin consequent! Ook kun je soms een signaal afspreken wanneer de persoon ongepaste opmerkingen maakt. Zo leert de persoon dit beter herkennen en het ook stopzetten bij zichzelf. (denk aan: “hand opsteken en dan moet je even tot tien tellen”, als ik hallo zeg, moet je “even niets meer zeggen”);
  • Vaak helpt uitleg niets en is non-verbaal ingrijpen beter dan woorden: even aanstoten, een kalmerend handgebaar, en vooral zelf rustig blijven.

Egocentrisme

Hersenschade kan een rol spelen dat personen meer met zichzelf bezig zijn. De mogelijkheid tot zelfinzicht neemt af naarmate de schade aan de hersenen groter is. Het inlevingsvermogen is verminderd of verloren gegaan. Iemand is niet meer attent en heeft geen belangstelling meer voor anderen. De persoon leeft in het moment zelf en gaat niet vanzelf reflecteren over het eigen gedrag.

Tips:
  • Je kan de mensen duidelijk maken waar de grens is en dat je niet altijd direct ingaat op hun noden. Zo leer je hen uitstellen en rekening houden met anderen. Houdt hierin voet bij stuk. Ga niet in discussie, maar leg éénmaal uit waar de grens is. Herhaal dit pas opnieuw in een andere situatie;
  • Als je eigen partner zich egocentrisch gedraagt, is dit meestal moeilijk te accepteren. Toch zijn ook dan grenzen belangrijk om jezelf te beschermen.

Dwanghuilen of dwanglachen

Normaal gezien ervaren mensen een emotie en krijgt die zijn expressie in gedrag als huilen en lachen. In de hersenen kan de relatie tussen emotie en expressie soms beschadigd zijn, en als de remmende factor ook aangetast is, kan ook de gezichtsmotoriek ontremd zijn. Dan kan iemand huilen, jammeren, mopperen, zonder zich ook zo echt te voelen. Het is meestal wel goed te onderscheiden of er sprake is van een echte emotie of dat het gaat om dwangmatig huilen/lachen.

Tips:
  • Negeer het gedrag, dan gaat het gedrag vanzelf weg. Je kan ook de aandacht afleiden;
  • Probeer het huilen/lachen te onderbreken door een vingerknip, plots een naam roepen, een vraag te stellen. Lukt dit, dan is er sprake van dwangemotie, want een emotie laat zich niet ineens onderbreken;
  • Ga niet mee in het lachen/huilen.

Dwangmatig gedrag

Soms kunnen personen angstig worden en onredelijke eisen gaan stellen aan de omgeving hierover. Zo kan men zes keer per dag willen douchen. Ga niet mee met deze dwanggedachten.

Tips:
  • Stel duidelijke grenzen in het gedrag;
  • Meedoen aan de angsten en fobieën is niet positief voor het herstel.

Agressie

Soms gaan personen zich afreageren in de thuissituatie, terwijl ze dit buitenshuis niet doen. Vaak weten ze niet dat dit onterecht is, maar kunnen ze niet anders. Boosheid, scheldpartijen en woede-uitbarstingen zijn voor de naasten moeilijk te verdragen, vooral wanneer dit onterecht is.

Tips:
  • Soms ontdek je wanneer dit gedrag zich voordoet: bijvoorbeeld als iemand oververmoeid is of teveel geconfronteerd met hun eigen falen. Probeer die situaties dan te vermijden;
  • Zie het niet persoonlijk, maar als een gedrag waar men geen controle over heeft;
  • Neem een time-out. Verlaat zelf de kamer, maar zeg wel rustig waarom je weggaat;
  • Als agressie zo ernstig is dat het fysiek wordt, is dit niet meer te verdragen. Schaam je hier niet voor en durf het tegen anderen te vertellen. Praat er met een arts over. Wellicht kan er medicatie begonnen of aangepast worden, zodat de agressie verminderd.

Veranderde seksualiteit

Een hersenaandoening leidt vaak tot problemen in een seksuele relatie. Er kunnen spanningen zijn of lichamelijke beperkingen. Soms verandert de seksuele behoefte. Dit kan komen door: vermoeidheid, depressie, bijwerkingen van de medicatie, een veranderd zelfbeeld, angst, enzovoort.
Een hersenaandoening kan ook leiden tot een verhoogde seksuele interesse. Iemand die seksueel ontremd is, wil te pas en te onpas seks.

Tips:
  • Probeer met elkaar te praten over de seksuele wensen en erken de veranderingen en problemen;
  • Bedenk dat intimiteit, warmte en nabijheid kunnen ook tot uitdrukking worden gebracht in een kus, aanraking, een gebaar of de manier van naar elkaar kijken;
  • Als de één wel verlangens heeft en de ander niet, zijn sommige mensen toch bereid om seks te hebben. Toch kun je dit beter niet doen. Indien je het gevoel hebt dat de seks door je partner wordt opgedrongen (doordat de partner ontremd is), is het beste dit met de persoon te bespreken en uit te leggen hoe dit voor jou is;
  • Voor seksueel ontremde personen kan zelfbevrediging een oplossing zijn, hoewel daarbij wel duidelijk gemaakt mag worden op welke momenten en op welke plaats.

4. Aandachtspunten voor naasten

Soms begrijpen anderen niet hoe moeilijk de situatie is voor een partner of familielid. Het is namelijk niet altijd zichtbaar wat de gevolgen zijn voor mensen met een hersenaandoening en hun naasten. Men kan in een isolement terechtkomen omdat de zorg zoveel tijd en inspanning vraagt. Buitenstaanders kunnen zich terugtrekken, tegenstrijdige adviezen geven of hebben kritiek met de manier waarop er wordt omgegaan met de persoon met een hersenaandoening.
Om te “leren leven” met een veranderd persoon, helpt het als je beseft dat de karakterveranderingen veelal een blijvend gevolg zijn van een aandoening. Als je ten onrechte blijft hopen op herstel, belemmert dat de verwerking van de nieuwe situatie. Je blijft gericht op wat er niet goed gaat en kan niet zien wat er nog wel mogelijk is. Je moet leven met een ander persoon die een aantal “onhebbelijkheden” vertoont.

De ideale houding

Houd er in de communicatie rekening mee dat het tempo van denken, doen en durven bij mensen met een hersenaandoening lager kan zijn geworden. Zij functioneren het best als je aardig, rustig en positief bent en de humor bewaart. Hoe beter hun psychisch welbevinden is, hoe meer zij gemotiveerd zullen zijn om er het beste van te maken, belangstelling op te brengen voor nieuwe activiteiten en contacten, en hun beperkingen zullen gaan zien als een onderdeel van dit nieuwe hoofdstuk in hun leven.

Tips:
  • Wat ieder mens nodig heeft, is veiligheid, serieus genomen worden en bevestiging;
  • Onderschat, verdoezel en negeer het 'anders zijn' niet. Praat erover en vertel wat wel en niet goed gaat. Waardeer wat iemand probeert, ook als dat mislukt;
  • Zoek naar de mogelijkheden die er zijn en benut die. Schep voorwaarden waarbinnen iemand zoveel mogelijk zelf kan doen en succesvolle ervaringen kan opdoen; dat vergroot het gevoel van eigenwaarde;
  • Blijf iemand zien als een uniek persoon. Naasten die met zo’n houding de getroffene kunnen benaderen, zijn ideaal. Maar dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Dat dit heel vaak niet lukt, is normaal. Niemand is perfect.

Structuur

Het bieden van structuur is het beste en meest concrete wat je kan doen om personen met een hersenaandoening een goede leefomgeving te geven. Zelf zijn ze veelal niet meer in staat om voor deze structuur te zorgen.
De hersenen zorgen namelijk voor integratie van het functioneren. Bij hersenschade gaat die integratie meestal verloren en verdwijnt daardoor het gestructureerd functioneren. Daarom is structuur van buitenaf en die situatie zo belangrijk; hierbij kunnen de partner of familieleden een handje helpen.

Tips:
  • Breng ritme en regelmaat in dag- en weekactiviteiten, dat geeft houvast en veiligheid;
  • Maak een dagindeling met vaste tijden voor eten, rusten en haalbare activiteiten. Het structureren van de dag voorkomt enerzijds volledige passiviteit en begrenst anderzijds het teveel aan prikkels;
  • Gebruik een kalender of agenda waarin staat welke taken gedaan moeten worden welke afspraken zijn gemaakt. Gebruik bij voorkeur een kalender die in een gemeenschappelijke ruimte hangt en die iedereen ziet hangen. Iemand die weet waar hij aan toe is, voelt zich zekerder en rustiger;
  • Zorg ervoor dat de directe leefomgeving overzichtelijk is. Geef voorwerpen in huis een vaste plaats en ruim rommel op.

Evenwicht

Een goede balans tussen iemand stimuleren en dingen overnemen is belangrijk voor zowel de persoon als voor de familieleden. Je wilt liever niet overvragen, want dat frustreert iemand en demotiveert. Maar als je teveel uit handen neemt, ondermijn je al snel het gevoel van eigenwaarde en zelfvertrouwen. Tevens werk je passiviteit in de hand wat je juist wil vermijden bij iemand met een hersenaandoening.

Tips:
  • Ontzie de persoon waar dat echt nodig is;
  • Laat de mensen hun verantwoordelijkheid die ze zelf kunnen nemen ook daadwerkelijk nemen. Zo steef je naar maximale zelfstandigheid.
Zoek ook een evenwicht tussen corrigeren en accepteren. Niet elk gedrag is te tolereren, maar ook niet alle gedrag is te corrigeren.
  • Stel grenzen aan onaanvaardbaar gedrag. Corrigeer iemand op correcte wijze: zeg niet “doe niet zo stom”, maar geef exact aan welk gedrag fout is en hoe je het graag anders ziet;
  • Benoem positieve ervaringen en probeer die te versterken en te herhalen;
  • Zoek nieuwe, creatieve oplossingen vanuit de situatie zoals die nu is en niet vanuit de persoon die hij vroeger was;
  • Kijk niet teveel naar hoe iemand vroeger was.

Leren

Soms is het niet meer mogelijk om ander gedrag aan te leren en blijft er niets anders meer over om zo goed mogelijk te leren omgaan met de gegeven situatie. Daarvoor moet je de persoon goed observeren en bereid zijn te experimenteren.

Tips:
  • Probeer specifieke vaardigheden aan te leren, door nieuw gedrag langzamerhand een gewoonte te laten worden. Dan vraag je de persoon telkens het gewenste gedrag te herhalen en beloon je dat direct en consequent met aandacht, in woorden;
  • Vermijd situaties die ongewenst gedrag uitlokken. Welke dat zijn is voor iedereen verschillend en moet de praktijk uitwijzen. Maar drukte en mislukkingen kunnen vaak problemen opleveren in gedrag;
  • Laat mensen doen waar zij goed in zijn en plezier in hebben en waardeer die persoon daarom;
  • Deins er niet voor terug om ongewone oplossingen te zoeken en te gebruiken. Als iemand rustiger wordt met een knuffel in de arm, waarom dan niet doen?

Medicatie

Soms overweegt de arts medicatie die rechtstreeks ingrijpt op de hersenstofwisseling. Dit is meestal medicatie uit de psychiatrie, namelijk psychofarmaca. Deze medicatie genezen de aandoening niet, maar kunnen wel verandering brengen in het (storende) gedrag.

Praten

Om de getroffenen niet nog meer te belasten, zijn partners of familieleden vaak geneigd te zwijgen over de gedragsveranderingen en wat dat voor hen betekent. Maar daardoor heb je kans om alleen te staan.

Tips:
Als het mogelijk is te communiceren met de getroffene, doe het dan. Voor een gelijkwaardige relatie moeten ook de zorgen en de gevoelens van de gezonde partner toegelaten worden en met elkaar besproken worden.
  • Vertel de omgeving wat er aan de hand is. Omdat de hersenaandoening vaak weinig zichtbare beperkingen geven, is uitleg nodig om het beter te begrijpen voor buitenstaanders;
  • Probeer in contact te komen met lotgenoten (denk bijvoorbeeld aan bijeenkomsten van een Alzheimercafe).

Zorg voor jezelf

Door de zware taken van de mantelverzorger komen de eigen behoeften en activiteiten vaak in de knel. Jezelf wegcijferen en de ander zo goed mogelijk verzorgen kan lang goed gaan, maar je loopt het risico op overbelasting en oververmoeidheid. Goed voor jezelf zorgen is noodzakelijk om de zorg voor de ander vol te houden.

Tips:
  • Neem de tijd om dingen te (blijven) doen waar je energie uithaalt. Dat kan variëren van winkelen, sporten, bioscoop, enzovoort. Positieve ervaringen bieden tegenwicht aan de problemen;
  • Aanvaard de hulp van anderen om voor jezelf tijd te creëren. Dat kan praktische hulp zijn: poetshulp, tuinonderhoud, enzovoort;
  • Schakel vrienden of familie in bij de zorg, zodat je even op adem kunt komen. Denk ook dagopvang, thuiszorg, respijtzorg, zorghotels;
  • Durf voor jezelf hulp te vragen bij een hulpverlener. Een deskundige kan begeleiden en adviseren in het proces van leren omgaan met de nieuwe situatie.

Relatieverandering

Door een hersenaandoening kan iemand zijn functie in de maatschappij niet meer vervullen zoals voorheen. Daarnaast kunnen de taken en rollen binnen het een relatie veranderen. Dit kan tot veel spanningen leiden en de relatie flink onder druk zetten. Een voorheen gelijkwaardige relatie vervalt in een zorgrelatie. Bij karakterveranderingen, ben je niet meer getrouwd met de persoon voor wie je gekozen hebt, maar heb je met een ander persoon te maken. De herinnering aan hoe het vroeger was, of de gedachte hoe het had kunnen zijn, maakt het moeilijk ter erkennen dat de relatie niet meer de vroegere liefdesrelatie is. Door zich te schikken in de veranderde rol en te praten over elkaars wensen, kun je een nieuw en bevredigend evenwicht vinden. Natuurlijk is dit een moeizaam proces dat lang kan duren, maar sommigen wel in slagen.

Tot slot

Inzien medische gegevens
Op mijn.spijkenissemc.nl kunt u uw medisch dossier bekijken. U kunt ook inloggen via onze website: www.spijkenissemc.nl.

Vergoeding ziekenhuiszorg
Niet alle zorg in het ziekenhuis wordt vergoed door uw zorgverzekeraar. Ook betaalt u altijd (een deel van) uw eigen risico. Vraag daarom vooraf aan uw zorgverzekeraar of uw bezoek of behandeling wordt vergoed. Meer informatie vindt u op www.dezorgnota.nl.

Neemt u voor vragen, meer informatie of het afmelden van een afspraak contact op met polikliniek Geriatrie. De polikliniek is bereikbaar op 0181-65 83 70 of via de BeterDichtbij app. Raadpleeg de website www.spijkenissemc.nl voor actuele openingstijden. Buiten kantooruren kunt u contact opnemen via het algemene telefoonnummer 0181-65 88 88.


Foldernummer: GER-09042025
Laatst bijgewerkt op: 28-10-2025


Spijkenisse Medisch Centrum

Ruwaard van Puttenweg 500
3201 GZ Spijkenisse

Tel: 0181 - 658888

Plan uw route
Buitenpolikliniek Rozenburg

Blankenburg 6
3181 BC Rozenburg
Volg ons op

Waardeer ons op

Zorgkaart Nederland
Deze website maakt gebruik van cookies. Lees onze cookieverklaring .
Gezien